zaterdag 3 januari 2009

Wat is overvliegen scheuremaar ?

Het is een gezellige drukte rondom Hotsjietonia. Iedereen is bezig, want vandaag is het een bijzondere dag! Hippe is buiten om van twee ladders en twee vleugels een vliegtuig te maken voor de vlucht.

“Hoi, Lange Doener, heb je de herinneringsvaantjes al klaar liggen?”, vraagt Scheuremaar. “Goed dat je het vraagt. Die ben ik helemaal vergeten! Ik ga ze direct pakken”, zegt Lange Doener, “Staat het vliegtuig al klaar voor de vlucht naar Bambilië en de jungle?”
“Daar wordt hard aan gewerkt door Hippe”, antwoordt Scheuremaar.
“Mooi zo, want de kinderen kunnen er ieder moment zijn.”

Even later komen de eerste bevers er aan met hun familie. Lange Doener verwelkomt iedereen. “Fijn dat jullie er zijn, het is vandaag een bijzondere dag! Frank, Stan, Roos en Laura zijn al een poosje de oudste bevers van de kolonie en mogen nu overvliegen. De meisjes vliegen naar het land Bambilië waar de kabouters in verschillende dorpjes wonen, zoals Haverhoek, Moppereiland, Woepsmond, Vlitter en Wamshaven. De jongens gaan naar de jungle waar ze Mogwli, Akela, Baloe en andere dierenvrienden ontmoeten. Maar voordat we daar naartoe gaan, vieren we eerst nog een feestje. We gaan met z’n allen een stok zoeken in het bos. Daarna gaan we lekker boven het vuur een stokbrood bakken”, vertelt Lange Doener. “Jippie”, klinkt het in koor en dan vertrekt de stoet naar het bos. Ondertussen steekt Pompedomp het kampvuur aan. Als iedereen weer terug is, deelt Pompedomp het deeg uit. Best warm zo dicht bij het vuur, maar de broodjes worden mooi bruin. “Als je broodje Over vliegen

gaar is, kun je het besmeren met jam, pasta of iets anders lekkers”, legt Pompedomp uit. Dat is niet tegen dovemansoren gezegd. Iedereen maakt er iets lekkers van! Dan kucht Lange Doener. “Mag ik even jullie aandacht? Nu is het moment gekomen om te vliegen. We landen op het vliegveld Bambavia in Bambilië. Daar worden Stan en Frank opgehaald door Akela en Baloe. Maar voor we vertrekken, trakteren de overvliegers graag nog een keer”, zegt Lange Doener.

Na de traktatie is het tijd om te gaan. “Iedereen klaar? Instappen maar!”, roept Lange Doener. Alle bevers stappen in het vliegtuig. “Maken jullie je veiligheidsgordels vast? Start de motor, Hippe, het is tijd om te gaan!”, roept Lange Doener. Iedereen telt tot tien en daar gaat het vliegtuig, begeleid door Ssst, want die weet precies hoe je naar Bambilië moet vliegen. Ze maken nog een laatste rondje boven Hotsjietonia en dan vliegen ze over het bos. Kabouters en welpen staan met hun leiding te wachten bij de landingsbaan van luchthaven Bambavia. “Jongens en meisjes, we zijn er bijna. Over enkele minuten gaan we landen”, roept Pompedomp. Na een veilige landing stapt iedereen uit het vliegtuig. De bevers worden verwelkomd met vlaggetjes en gejuich. Stan, Frank, Laura en Roos mogen naar voren komen, want zij blijven in Bambilië bij nieuwe en oude vriendjes die al eerder zijn overgevlogen. “Beste Laura, Roos, Stan en Frank”, begint Lange Doener zijn toespraak, “ik vlieg zo dadelijk weer met de bevers terug naar Hotsjietonia, en ik wens jullie heel veel plezier. Om ons niet te vergeten, hebben we voor jullie een herinneringsvaantje laten maken.”

Alle bevers geven de overvliegers een laatste Scoutinghand en stappen dan weer in het vliegtuig voor de vlucht terug naar Hotsjietonia.